Datablogs

Zijn we het filerijden verleerd?

Afgelopen weken stonden de media bol van de filerecords. Dat is een beetje komkommernieuws, want tot een maand geleden waren de spitsen nog vrij rustig – en dan is het logisch dat je nu een paar keer op rij records kan verbreken. Feit is dat we nog niet op het niveau van 2019 zitten.

Waar ik wel even over moest nadenken, was een mogelijke verklaring voor de files die ik tegenkwam: we zijn niet meer gewend om in de drukte te rijden en daardoor ontstaan er sneller files. Zou het?

Heel gek is de gedachte niet, laat ik dat vooropstellen. In een eerdere blog toonde ik aan dat het effect van zondagsrijders op het zondagse verkeer daadwerkelijk terug te zien is in de data. Maar gaat die vlieger ook op voor het spitsverkeer nu? Zijn we door al het thuiswerken het filerijden verleerd?

File met zicht op Domtoren

Verkeerstheorie

Om die vraag te beantwoorden, leg ik eerst even de begrippen intensiteit en capaciteit uit.

Met intensiteit geven we aan hoeveel verkeer er op een zeker moment op een weg rijdt. We drukken dat uit in ‘aantal voertuigen per uur’. Hoe hoog dat aantal precies is, wordt in de eerste plaats bepaald door de vraag. ’s Nachts is die vraag laag en dus ook de intensiteit; overdag kan de vraag, en daarmee de intensiteit, snel oplopen.

Het aantal voertuigen dat een weg aankan, is echter gelimiteerd: we spreken in dat verband van de capaciteit. Die maximale intensiteit is, heel simpel gesteld, het moment waarop de files ontstaan. Ze hangt af van de eigenschappen van de weg, zoals het aantal rijstroken, de breedte van die rijstroken, de maximumsnelheid die er geldt, de staat van het wegdek enzovoort. Maar ook ge­drag – en dan zijn we bij onze weggebruikers – speelt een rol. Als het bijvoorbeeld regent, rijden we wat langzamer en houden we meer afstand tot onze voorganger. De capaciteit ligt daarmee vanzelf lager.

De data spreken

Terug naar onze vraag. Stel dat de hypothese klopt dat we post corona minder goed filerijden en we inderdaad bij een beetje drukte overdreven snelheid minderen en afstand houden. Dan zou de gemiddelde capaciteit momenteel ook lager moeten liggen dan normaal.

Om dat te checken heb ik gekeken naar vijf notoire ochtendspitstrajecten: de trajecten die in 2019 de zwaarste ochtendspitsen kenden. Ik heb uit de historische database van NDW de intensiteiten en gemiddelde snelheden van 2019 en 2021 geplukt en die op de x- en y-as tegenover elkaar gezet. Je krijgt dan een liggende curve, waarvan het meest rechtse punt de capaciteit weergeeft. Op al deze trajecten zien we dat de capaciteit in 2019 en 2021 op hetzelfde punt ligt, dus bij dezelfde intensiteit.

Ik moet daarbij de kanttekening plaatsen dat in 2020 de maximumsnelheid overdag is verlaagd naar 100 km/uur. Volgens verkeerskundigen kan zo’n verlaging van de maximumsnelheid tot een kleine verhoging van de capaciteit leiden. Maar als we specifiek kijken naar de A4 Roelofarendsveen-Zoeterwoude, waar in 2019 ook al een maximumsnelheid van 100 km/u gold, dan zijn de uitkomsten identiek: er is geen verschil in capaciteit tussen 2019 en 2021.

Daarmee hebben de data voldoende gesproken: we zijn het filerijden niet massaal verleerd. Wat we misschien wel zijn vergeten, is hoe het is om meerdere dagen per week in de file te staan. Maar ja, je kan ook post corona thuiswerken, toch?

Beeld: NDW
Figuur 1. De intensiteit (voertuigen per uur) afgezet tegen de snelheid. De data is van het traject A4 Leidschendam Zoeterwoude. De rode punten betreffen data uit 2019, de blauwe uit 2021. Merk op dat de intensiteitspiek (= capaciteit) vrijwel even hoog ligt, zo rond de 7.500 voertuigen per uur.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.