Hoe druk is het eigenlijk op de Nederlandse wegen? Als reiziger merk je de drukte vaak alleen op jouw eigen route. Maar om Nederland bereikbaar te houden, moeten we weten hoe druk het overal is, ook op plekken waar we geen vaste meetapparatuur hebben staan. Daarom onderzoeken wij elk jaar de verkeersintensiteit op ons hele wegennet. Zo krijgen de wegbeheerders en beleidsmakers een compleet en actueel beeld van de verkeersdrukte.

Bij NDW werken we samen met medeoverheden, data-aanbieders en kennisinstellingen voor dit actuele beeld van de verkeersdrukte. Wij zorgen voor de dataverzameling en -analyse hiervan.

Het actuele beeld van de drukte op de weg is in 2025 weer een stukje beter geworden, dankzij nieuwe intensiteitsschattingen. Ook rustige gebieden of plekken zonder fysieke meetapparatuur zijn meegenomen. Dat helpt om slimme keuzes te maken voor mobiliteit, onderhoud en veiligheid.

Slimme schattingen

De intensiteitsschattingen over 2025 zijn gemaakt door Hastig. Hastig maakt op een slimme manier gebruik van de probeaantallen van Floating Car Data en de beschikbare telpuntdata. Hierdoor kunnen regionale dekkingen en het verschil in dekkingsgraad tussen een snelweg en een woonwijk worden meegenomen. Zo ontstaat een compleet overzicht van het verkeer.

Hoe nauwkeurig zijn de schattingen nu?

De resultaten laten zien dat deze methode betrouwbare en vergelijkbare resultaten oplevert als vorig jaar.

  • Bij 51% van de meetpunten is het verschil tussen de schatting en de echte meting minder dan 10%
  • 88% van de locaties heeft een kleiner verschil dan 30%.

Regionale verschillen

Hoewel voor 2025 een andere FCD-bron en andere schattingsmethodiek is gebruikt zien we dezelfde regionale verschillen. Voor de meetpunten op de Veluwe worden de intensiteiten veelal overschat en voor de meetpunten in Zuid-Limburg, Oost-Groningen en delen van Friesland worden de intensiteiten onderschat. Ditzelfde beeld hadden we ook bij de schattingen van 2024.

Deze verschillen laten zien dat sommige gebieden lastiger te modelleren zijn. Daarom blijft het belangrijk om het model de komende jaren verder te verbeteren.