Toen de VS en Israël op 28 februari 2026 hun ‘operation’ in Iran begonnen, ging vrijwel meteen de Straat van Hormuz op slot. Gevolg in Nederland? Fors hogere brandstofprijzen aan de pomp. In een paar dagen tijd schoot de gemiddelde benzineprijs naar de € 2,40. De dieselprijs kwam zelfs bóven de € 2,50 uit. Hoe gaat autorijdend Nederland met deze forse en aanhoudende prijsstijgingen om?

Onderstaande grafiek laat de gemiddelde brandstofprijzen zien in 2026, tot half juli. Je hoeft geen econoom of politicoloog te zijn om te raden wanneer ongeveer de ellende in de regio Iran begon: de opvallende prijsstijging begin maart zegt genoeg.

Figuur 1: Gemiddelde brandstofprijzen vanaf 1 januari 2026.

Sindsdien zijn de prijzen weer iets gezakt, maar ze liggen nog altijd flink hoger dan voor de ‘operation’.

Persoonlijk vind ik het allemaal hinderlijk duur worden en pak ik vaker de fiets. Maar wat doet de rest van Nederland? Wordt er over de hele linie iets minder met de auto gereden misschien? Tijd om Dexter erbij te pakken!

Intensiteit als maat voor het verkeer

Een mooie maat voor (veranderingen in) het autogebruik is de intensiteit: het aantal voertuigen dat in een uur of dag een bepaald meetpunt passeert. Als eerste pak ik de intensiteiten van één meetlocatie op de A6 erbij. Omdat de dagintensiteiten nogal uiteenlopen – een weekenddag is weer heel anders dan een werkdag – kies ik in Dexter voor weekgemiddelde intensiteiten. Zie figuur 2. (En voor de duidelijkheid: het begin van de Iran-oorlog valt in week 9 van 2026.)

Figuur 2: Weekgemiddelde intensiteiten op een meetlocatie op de A6 vanaf 1 januari 2026.

De grafiek is bepaald geen rechte lijn. Dat is omdat over een jaar de intensiteiten sowieso pieken en dalen kennen. Vakantieperioden zorgen bijvoorbeeld voor een daling: zie de kerstvakantie in week 1 en 2 en de meivakantie in week 18. Verder zijn er seizoenspatronen. Zo is het op veel locaties in april drukker op de weg dan in juli (ook vóór de officiële vakantie).

Om te kijken wat precies ‘normale’ patronen zijn, is het goed om de intensiteiten van de voorgaande jaren erbij te pakken. Om die vergelijking zuiver te houden en de normale groei tussen verschillende jaren eruit te filteren, kies ik voor een indexwaarde van de weekgemiddelde intensiteit. Ik doe dat door in elk jaar week 5 als ‘100 procent’ te beschouwen – alle wijzigingen ten opzichte van dat ijkpunt druk ik dan uit in procenten. Zie onderstaande figuur.

Figuur 3: De indexwaarden van de weekgemiddelde intensiteiten op een meetlocatie op de A6 voor het eerste half jaar van 2024, 2025 en 2026.

In 2024 en 2025 stijgen de intensiteiten licht tot ongeveer week 22. Daarna stabiliseren ze, om vervolgens iets te dalen. Dat is het normale seizoenspatroon voor deze locatie. Verder zien we dat de waarden voor 2024 en 2025 in bepaalde weken aardig van elkaar verschillen, zoals in de weken 14, 15 en 16.

En 2026? De waarden van dat jaar lijken niet heel anders dan die van de voorgaande jaren. Hooguit zijn de indexwaarden vanaf week 24 lager dan in 2024 en 2025.

De confrontatie: brandstofprijzen en intensiteiten

Dan de laatste stap: we plaatsen de brandstofprijzen uit figuur 1 en de intensiteitsindexen uit figuur 3 in één grafiek. Om niet te afhankelijk te zijn van alleen die ene voorbeeldlocatie op de A6 gebruik ik de data van 52 snelweglocaties verspreid over heel Nederland.

Figuur 4: De indexwaarden van de weekgemiddelde intensiteiten op 52 locaties over 2024, 2025 en 2026, samen met de brandstofprijzen over 2026.

Wat zien we? Eh… eigenlijk niet zo heel veel. Vanaf begin maart (week 9) knallen de prijzen van benzine en diesel omhoog, om vanaf halverwege april weer wat te zakken. Alleen leiden die wijzigingen niet tot gelijktijdige (of wat vertraagde) wijzigingen in de verkeersintensiteiten. De rode lijn vertoont wel enkele opvallende dalen, maar die zijn niet goed te koppelen aan de brandstofprijzen. Het beeld is er dus vooral een van grilligheid.

Heeft dat te maken met enige nervositeit onder reizigers? Misschien, maar het kan net zo goed het gevolg zijn van werkzaamheden of weersomstandigheden à la de code rood in week 26. De grillen vallen sowieso binnen de spreiding die we van jaar tot jaar zien.

Conclusie

Aan meningen over het effect van hoge brandstofprijzen geen gebrek. Als er wordt gesproken over mogelijke accijnsverhogingen, vallen al snel grote woorden als ‘onbetaalbaar’. Maar op basis van onze data zie ik nog duidelijk verband tussen hogere brandstofprijzen en veranderingen in het autogebruik. Als extra check heb ik in Dexter ook nog naar de intensiteiten op wat (grotere) stedelijke wegen gekeken, maar daar is evenmin een relatie met de brandstofprijzen te zien.

Dat wil niet zeggen dat dure benzine en diesel ons niets doen natuurlijk. De emmer loopt een keer over, dus in combinatie met andere prijsstijgingen kan autorijden ineens wél te duur worden.

Tot die tijd ben ik kennelijk een van de weinigen die de auto vaker laat staan vanwege de hoge prijzen. Helemaal geen ramp, trouwens. Voor veel is fietsen prima te doen!