click here for the english version of this website u bekijkt nu de nederlandse versie van deze website klik hier om het originele lettertype te kiezen klik hier om een groter lettertype te kiezen klik hier om het grootste lettertype te kiezen

Achtergrondinformatie


Data uit voertuigen slimmer benutten om veiliger te rijden

Interview met Laurens Schrijnen, coördinator van het project ‘Praktijkproef voertuigdata’

‘We weten al veel dankzij onze eigen meetsystemen, maar het zou toch prachtig zijn als we ook uit het bestaande wagenpark in Nederland data kunnen halen en die gebruiken voor de verkeersveiligheid en een slimmer en beter beheer van de infrastructuur. En het kan… Er rijden dagelijks zo’n zeven miljoen auto’s rond op onze wegen; boordevol informatie’, zegt Laurens Schrijnen, strategisch adviseur bij Rijkswaterstaat en coördinator van het project ‘Praktijkproef voertuigdata’. De naam zegt het al: het project is bedoeld om meer data te halen uit voertuigen en deze slim te benutten voor een verdere verbetering van de verkeersveiligheid en doorstroming.

Het project ‘Praktijkproef voertuigdata’ valt onder het ‘Programma Smart Mobility’ van Rijkswaterstaat. Kern hiervan is het slim inzetten van ICT-oplossingen voor een beter bereikbaar en leefbaar Nederland. Dit programma is nog volop in beweging en ontwikkeling. In het Smart Mobility-programma past ook een proef om data uit voertuigen te halen. Schrijnen: ‘Dit om ervaring op te doen, zichtbaar te maken wat de mogelijkheden zijn, én ervan te leren. De proef is begonnen in het eerste kwartaal van 2017. Alles in nauwe samenwerking met de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW). Ook sluiten drie provincies al vanaf de start aan. Daarna volgt een grotere pilot en als het aanslaat, rollen we het grootschalig uit.

Slimmer en aanvullend
Schrijnen: ‘Beschouw de praktijkproef voertuigdata vooral als slimmer en aanvullend op wat we al meten en weten. We meten namelijk al volop via onze systemen in, op en langs de weg, zoals snelheid, gladheid of mistsignalering. Maar deze meetsystemen zijn statisch, lokaal en onderhoudsgevoelig. Auto’s zijn mobiel en veel voertuigen zijn al uitgerust met allerlei sensoren die van alles meten. Verschillende van die gegevens zijn ook interessant voor Rijkswaterstaat, omdat ze indicatoren zijn voor mist, regen, gladheid, gaten in of obstakels op de weg. Met die gegevens gaan we dan ook aan de slag. Als bijvoorbeeld veel automobilisten massaal hun mistlamp aanzetten of ruitenwissers langdurig in de hoogste stand hebben, zegt dat iets over het weer in een bepaald gebied. Als dergelijke informatie gedeeld wordt, hebben andere weggebruikers en onze verkeersdiensten daar ook wat aan.’

Samenwerken in de praktijkproef
Samenwerken, ‘learning by doing’ en ervaringen delen kenmerken het project volgens Schrijnen. ‘We kunnen dit niet alleen als Rijkswaterstaat. Verschillende marktpartijen, overheden, kennisinstituten en adviesbureaus werken mee aan de praktijkproef voertuigdata om ruwe data te vertalen naar bruikbare informatie. Wij faciliteren en coördineren. Voor het experiment zetten we samen met mede-overheden in totaal 20 auto’s in voor de praktijkproef. Al deze voertuigen worden uitgerust met een ‘lezer’ die snel en slim data verschaft over stroefheid van het wegdek, gaten in de weg (gebruik schokdempers) of mist (mistlampen) en regen (ruitenwissers). De uitdaging is om via slimme algoritmes (vooraf bepaalde logica om berekeningen uit te voeren die naar een bepaald doel leiden) te komen tot informatie waar we mee vooruit kunnen.’

En hoe zit het met de privacy?
Schrijnen: ‘Het project ‘Praktijkproef voertuigdata’ legt geen privacygevoelige gegevens of gegevens die tot personen herleidbaar zijn bloot. Er is dan ook geen sprake van gegevensverwerking in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het gaat er immers niet om wie er in de auto zit. We willen steeds drie dingen weten: de tijd, de locatie en de status, ofwel: staat het mistlicht aan, waar en hoe lang? Vanzelfsprekend waarborgen we de privacy van gebruikers en laten we ons op dat terrein zorgvuldig informeren door de beste privacy-experts. Daarom doen we dit project ook in nauw overleg met de ondernemingsraad. Daarnaast kijken we naar bestaande praktijkvoorbeelden en initiatieven hoe zij dit hebben aangepakt. Het zou zonde zijn als we niet uit de privacy-discussie komen en daarin blijven hangen. Dat zou ‘killing’ zijn voor het project.’ Volgens Schrijnen is het eigenaarschap van de data een ander aandachtspunt. ‘Veel partijen claimen dit, waaronder de autofabrikanten, maar het laatste woord hierover is nog niet gezegd. Ondertussen gaan we gewoon door met het project. We omzeilen de spreekwoordelijke beren op de weg.’

Data delen
Schrijnen: ‘Ik ben een blij mens als het project echt op gang komt. Gewoon ermee aan de slag gaan. Dat we echt flinke stappen maken met data uit voertuigen. Andere, bestaande initiatieven met data laten zien dat er talloze mogelijkheden zijn. Zoals Daimler die exclusief voor Daimler-rijders data benut waarmee ze makkelijker hun auto kunnen parkeren. Die informatie wordt onderling gedeeld. Naar zo’n situatie wil ik ook toe. Uiteindelijk willen we komen tot een bak met open data waar iedereen uit kan putten en het naar eigen inzicht kan delen en benutten. Samen met onze partners geven we nu een aanzet tot die anonieme ‘data-verzamelbak’. Alles met het hogere doel om de veiligheid en doorstroming op de weg te verbeteren. Ook hier kan Nederland als kennis- en transportland zijn innovatiekracht tonen. Ik zou zeggen: doe mee, zodat we met elkaar deze mooie ambitie gestalte kunnen geven.’  



Home Achtergrondinformatie
line